Project 3

Vlaams duurzameontwikkelingsbeleid in comparatief perspectief

 

 

Sinds de publicatie van het Brundtland-rapport en de Conferentie in Rio werd er veel onderzoek gedaan naar de inspanningen van nationale overheden en internationale organisaties voor de implementatie van duurzame ontwikkeling. Ook lokale overheden, die in Agenda 21 van een speciaal statuut genieten, stonden vaak in de belangstelling. Regio’s werden daarentegen veelal genegeerd in studies over duurzameontwikkelingsbeleid. Nochtans hebben verschillende subnationale overheden ondertussen strategieën duurzame ontwikkeling ontwikkeld of Agenda
21-projecten in het leven geroepen, soms met meer succes dan hun nationale tegenhangers.

Duurzame ontwikkeling wordt geteisterd door onzekerheid als het gaat over de outcome van beleidskeuzes. Bovendien is het een complex beleidsdomein, omdat vele principes van duurzame ontwikkeling haaks staan op traditionele beleidsvorming. Als antwoord op die onzekerheid en complexiteit worden regelmatig comparatieve analyses uitgevoerd om uit te zoeken op welke manier overheden het concept van duurzame ontwikkeling institutionaliseren en welke hinderpalen ze daarbij ondervinden. Onderzoekers gaan op zoek naar succesverhalen of zogenaamde
‘best practices’ met het oog op policy-learning. Zo zijn ook verschillende indexen of rangordes opgesteld waarin landen gerangschikt worden volgens hun prestaties. De meeste van die studies focussen echter uitsluitend op nationale overheden.

In Vlaanderen draait het debat rond duurzame ontwikkeling vaak uit in discussies over de vergelijkbaarheid met andere regio’s. Dit project wil een bijdrage leveren aan die discussies door het duurzameontwikkelingsbeleid van Vlaanderen te vergelijken met dat van enkele andere regio’s. De graad van institutionele autonomie en de instrumenten en middelen van de regio’s zullen daarbij het uitgangspunt vormen. Een van de onderzoeksvragen zal zijn of een bepaald niveau van autonomie noodzakelijk is voor een succesvolle strategie. De analyse zal rekening houden met de institutionele en politieke situatie van de cases, en zal alle aspecten van hun duurzame­ontwikkelingsbeleid onder de loep nemen.

Meer concreet beoogt dit project het volgende:

  • de instrumentaliteit en bruikbaarheid van comparatieve analyses inzake duurzame ontwikkeling evalueren en een aangeven hoe men met zulke analyses moet omgaan;
  • bepalen hoe een comparatieve analyse inzake duurzameontwikkelingsbeleid voor Vlaanderen het best uitgevoerd wordt;
  • een bijdrage leveren aan het debat rond de vergelijkbaarheid van Vlaanderen inzake duurzameontwikkelingsbeleid;
  • factoren identificeren die de aard van regionale duurzameontwikkelingsstrategieën beïnvloeden;
  • nagaan welke lessen Vlaanderen kan trekken uit het duurzameontwikkelingsbeleid van andere regio’s.

Onderzoeker - Sander Happaerts